Global

‡ In these countries please contact our distributor

JOURNEY PFJ

Patellofemoral Knee System

Algemeen

Bestaat geïsoleerde patellofemorale arthrose? Wat zijn de behandelopties?

Hoewel geïsoleerde patellofemorale osteoarthrose (PFOA) zeldzamer is dan bi- of tricompartimentele osteoarthrose, is het misschien niet zo zeldzaam als wel wordt gedacht (grafiek 1 en 2).
Patellofemorale pijn kan de activiteiten van het dagelijks leven verstoren doordat pijn ontstaat bij het traplopen en overeind komen uit een stoel.3 Een totale knie arthroplastiek is ongeëvenaard als procedure voor pijnverlichting en levensduur, maar voor geïsoleerde patellofemorale arthrose is het wel een grote ingreep. In de literatuur worden verlies van bot, meniscus en ligamenten en propriocepsis genoemd als nadelen, vooral bij jongere, actievere patiënten.4

Isolated PFOA in patients      Gender Breakdown of PFOA

De eerste generatie patella-femorale-implantaten had scherpe, beperkende trochleagroeven en was gevoelig voor complicaties als slecht sporen van de patella.5 De belangstelling voor minder invasieve procedures waarbij de voorste kruisband behouden blijft voor een betere kinematica is toegenomen, in het bijzonder onder chirurgen die jongere, actievere patiënten behandelen. De tweede generatie implantaten was verbeterd wat betreft het ontwerp, maar de ontwikkeling van het instrumentarium bleef achter, waarbij vertrouwd werd op prepareren vanuit de vrije hand, wat hoogst variabel kan zijn. Gezien de betrekkelijke zeldzaamheid van geïsoleerde patellofemorale osteoarthrose is een ongecompliceerde, gebruiksvriendelijke en reproduceerbare techniek van essentieel belang.

Met een simpele, uitermate reproduceerbare techniek en een anatomisch implantaat dat optimaal spoort met de patella is het JOURNEY PFJ systeem gericht op de behoeften van chirurgen die deze ingreep uitvoeren. Het JOURNEY PFJ systeem biedt chirurgen die op zoek zijn naar een minder invasieve, meer bot- en ligamentsparende behandeloptie voor de actievere patiënt, de combinatie van bewezen prestatie en grote precisie.

 

Referenties

1. Davies AP; Vince AS; Shepstone L; Donell ST; Glasgow MM. The radiologic prevalence of patellofemoral arthritis. Clin Orthop 402: 206-212, 2002. 2. McAlindon RE; Snow S; Cooper C; Dieppe PA. Radiographic patterns of osteoarthritis of the knee joint in the community: The importance of the patellofemoral joint. Ann Rheum Dis 51: 844-849, 1992. 3. Laskin, RS, van Steijn, M. Total knee replacement for patients with patellofemoral arthritis. Clin Orthop 367:89-95, 1999. 4. Merchant, A. A Modular Prosthesis for Patellofemoral Arthroplasty. Clin Orthop. 436, pp. 40-46. 5. Lonner, Jess. Patellofemoral Arthroplasty: Pros, Cons, and Design Considerations. Clin Othop. 428, Nov. 2004, pp. 158-165.

Details

Trochleagroeve
De JOURNEY PFJ heeft een verdiepte en meer laterale trochleagroef voor optimaal sporen van de patella. De prothese is gebaseerd op de klinisch succesvolle trochleagroeve van het GENESIS II totale kniesysteem, een systeem met uitstekende gepubliceerde resultaten voor sporen met de patella, met lage laterale releasepercentages na vijf en tien jaar en gebruikt de GENESIS II patella.6,7

Geavanceerd contactoppervlak
Het JOURNEY PFJ femurimplantaat is vervaardigd van OXINIUM (geoxideerd zirkonium). Dit geavanceerde materiaal is in laboratoriumtests aantoonbaar 4900 keer beter bestand tegen slijtage dan kobaltchroom8. De OXINIUM-technologie heeft verder een wrijvingscoëfficiënt die bijna de helft is van die van kobaltchroom.9

Anatomische pasvorm
De ontwikkeling van asymmetrische TKA-femurcomponenten maakte een nauwkeuriger pasvorm en beter sporen van de patella mogelijk. Orthopeden die patellofemorale implantaten gebruiken, mogen met minder geen genoegen nemen. Daarom bestaat het JOURNEY PFJ systeem uit asymmetrische componenten voor een echte anatomische pasvorm en superieur sporen van de patella.

Fixatie
De distale pin is convergerend voor een betere fixatie. De pinnen zijn bij alle vier maten gelijk, zodat peroperatief nog gewisseld kan worden naar het implantaat dat het beste past.

JOURNEY PFJ achterzijde 


Nauwkeurige uitlijning

Uit onderzoek is gebleken hoe belangrijk het is dat het patellofemorale implantaat in externe rotatie wordt uitgelijnd om het sporen van de patella te optimaliseren en laterale translatiekrachten te reduceren.6 Externe rotatie wordt ingesteld met een tibiaal of femoraal uitlijningsinstrument voor juiste uitlijning, of uiteraard een combinatie van beide.

Resurfacing trochlea-instrumentarium
Anders dan bij andere systemen op de markt is bij het JOURNEY PFJ systeem preparatie van een trochleagroeve uit de vrije hand niet nodig, maar wordt een precieze frees gebruikt voor eenvoudige en nauwkeurige botpreparatie.

 

Referenties

6. Laskin, RS., Davis, R. Total knee replacement using the Genesis II prosthesis: a 5-year follow up study of the first 100 consecutive cases. The Knee 12 (2005) 163-167. 7. Bourne, Robert B MD, FRCSC; McCalden, Richard W MSC, MD, FRCSC; MacDonald, Steven J MD, FRCSC; Mokete, Lipalo MB, CHB; Guerin, Jeff B Math. Influence of Patient Factors on TKA Outcomes at 5 to 11 Years Follow-up. Clin Orthop; 464, Nov. 2007, 27-31. 8. Hunter, G and Long, M. Abrasive wear of oxidized Zr-2.5Nb, CoCrMo, and Ti-6A1-4V against bone cement” 6th World Biomaterials Cong Trans, Society for Biomaterials, Minneapolis, MN 1998, p. 528. 9. Poggie, RA, Wert, JJ, Mishra AK, and Davidson, JA. Friction and wear characterization of UHMWPE in reciprocating sliding contact with CoCr, Ti-6AI-4V and zirconia implant bearing surfaces. Wear and Friction of Elastomers, ASTM STP 1145, Am Society for Testing and Materials, 1992, pp. 65-81.