Global

‡ In these countries please contact our distributor

JOURNEY UNI

Unicompartmental Knee System

JOURNEY UNI

Algemeen

Onder orthopedisch chirurgen blijkt er steeds meer consensus te bestaan over de duidelijke voordelen van implantaten met behoud van de voorste kruisband en meer gewrichtsgeometrie in vergelijking met tricompartimentele knieprotheses, zoals betere proprioceptie, kinematiek en sneller herstel, De voordelen zijn duidelijk, maar afzonderlijke aandoeningen van één gewrichtscompartiment komen weinig voor. Zoals bij iedere vorm van chirurgie die minder vaak wordt toegepast, kan ook hier de leercurve een probleem zijn. In de literatuur zijn voorbeelden terug te vinden van gevallen waarin de technisch complexere unicondylaire protheses mogelijk vaker falen.1,2


Vanuit de behoefte aan een vereenvoudigde ingreep, die tegelijkertijd de nodige flexibiliteit toelaat, kwam het unicompartimentele kniesysteem JOURNEY UNI tot stand. Het is een vervolg op de eerdere unicompartimentele producten van Smith & Nephew. Wat in de jaren zeventig het Marmor-ontwerp was, is nu het klinisch succesvolle unicompartimentele resurfacingsysteem GENESIS UNI. Als lid van de JOURNEY-familie met actieve knieoplossingen, benut ook dit systeem enkele kenmerken van het ontwerp van het eerder ontwikkelde bicruciate kniestabilisatiesysteem JOURNEY BCS. Op grond van de behoeften en voorkeuren van orthopedisch chirurgen die unicondylaire knieprotheses plaatsten, werd uiteindelijk het JOURNEY UNI-systeem ontwikkeld.

De belangrijkste eigenschappen van dit ontwerp zijn: 
1. Een geoptimaliseerd implantaatontwerp, zowel in vorm als in grootte.
2. Technische vereenvoudiging door middel van een gestroomlijnd instrumentarium en vertrouwde principes.
3. Vergroting van de levensduur door het gebruik van een geavanceerd oppervlakte materiaal. (OXINIUM)

 

Referenties

1. Lewold S, Goodman S, Knutson K, Robertsson O, Lidgren L. Oxford meniscal bearing knee versus the Marmor knee in unicompartmental arthroplasty for arthrosis. A Swedish multicenter survival study. J Arthroplasty. 1995 Dec;10(6):722-731. 2. Robertsson O, Knutson K, Lewold S, Lidgren L. The routine of surgical management reduces failure after unicompartmental knee arthroplasty. J Bone Joint Surg Br. 2001 Jan;83(1):45-49.

Details

Het JOURNEY UNI-systeem:

  • Eenvoudig chirurgische techniek
  • Gestroomlijnd uitbalanceren van het sagittale vlak, conform de huidige technieken bij totale knieprotheses.
  • Basismaten met dezelfde botsneden en verankeringsposities: ook na resectie en het passen, kan een grotere of kleinere maat worden gekozen.

Femurcomponent

  • Anatomisch implantaat voor zowel mediale als laterale unicompartimentele aandoeningen.
  • Gelijke distale en posterieure dikte voor gemakkelijker uitbalanceren van het sagittale vlak.
  • Flexibel aanbrengen van de femurcomponent – constante coronale radiale geometrie geeft een gelijk contactvlak tot +/-12° vanaf het coronale vlak.

Tibiacomponent

  • Verkrijgbaar in volledig polyethyleen of met een baseplate van metaal.
  • Fixeringspinnen en antirotatievin zijn centraal-anterieur aangebracht om het gemakkelijker en minder invasief te kunnen implanteren.
  • Flexibiliteit bij uni/bicompartimentele cases, aangezien bij het JOURNEY UNI-systeem en het JOURNEY DEUCE bicompartimentele kniesysteem dezelfde tibiacomponenten worden toegepast.

Anatomische femurpasvorm

  • Optimale pasvorm voor iedere patiënt door zeven beschikbare maten.
  • 10° anterieurhoek die veel lijkt op de anatomische situatie van de patiënt.
  • Botconservering bij kleinere maten met proportionele distale/posterieure resectie.
  • Anatomische bocht geeft ontlasting bij patellaire impingement.

Voorziening tegen losraken
Door de hoekvorm en de conische, uiteenwijkende nokken, wordt losraken van de femurcomponent voorkomen als het implantaat op de geprepareerde condyl wordt geplaatst en het cement onder druk wordt gezet.

Botbehoud
Net als het bicruciate kniestabilisatiesysteem JOURNEY BCS heeft het JOURNEY UNI-systeem een posterieure flex-cut van 15° die het gewrichtsoppervlak bij diepe flexie vergroot.
Verkrijgbaar met OXINIUM-technologie van geoxideerd zirkoniumDe OXINIUM-technologie is exclusief verkrijgbaar bij Smith & Nephew en combineert de sterkte van metaal met de slijtageweerstand van keramiek.3,4

Normale kinematiek
Aangezien bij het JOURNEY UNI-systeem beide kruisbanden behouden blijven en maar weinig verandert aan de oppervlaktegeometrie van de knie, lijkt de kinematiek meer op die van een normaal kniegewricht.5,6,7,8

 

Referenties

3. Hunter G, Long M. Abrasive wear of oxidized Zr-2.5Nb, CoCrMo, and Ti-6A1-4V against bone cement. Poster 528 presented at: 6th World Biomaterials Cong Trans, Society for Biomaterials, 1998. 4. Poggie RA, Wert JJ, Mishra AK, Davindson JA. Friction and wear characterization of UHMWPE in reciprocating sliding contact with CoCr, Ti-6Al-4V and zirconium implant bearing surfaces. In Denton R, Keshavan MK, eds. Wear and Friction of Elastomers. ASTM STP 1145 Philadelphia, PA: American Society for Testing and Materials; 1992:65–81. 5. Laurencin CT, Zelicof SB, Scott RD, Ewald FC. Unicompartmental versus total knee arthroplasty in the same patient. A comparative study. Clin Orthop Relat Res. 1991 Dec;(273):151–156. 6. Patil S, Colwell CW Jr, Ezzet KA, D’Lima DD. Can normal knee kinematics be restored with unicompartmental knee replacement? J Bone Joint Surg Am. 2005 Feb;87(2):332–338. 7. Carter ND, Jenkinson TR, Wilson D, Jones DW, Torode AS. Joint position sense and rehabilitation in the anterior cruciate ligament deficient knee. Br J Sports Med. 1997 Sep;31(3):209–212. 8. Rougraff BT, Heck DA, Gibson AE. A comparison of tricompartmental and unicompartmental arthroplasty for the treatment of gonarthrosis. Clin Orthop Relat Res. 1991 Dec;(273):157–164.